Het bewerken van natuursteen
In een ‘zagerij’ worden grote blokken in platen gezaagd, waarna verwerking mogelijk is. Nadat de blokken gezaagd zijn, kunnen er verschillende oppervlakte bewerkingen plaatsvinden, zoals schuren en polijsten. Als je een natuursteen blok hebt heb je twee manieren van doorzagen: met het leger mee, en tegen het leger in. In het plaatje is duidelijk wat er mee bedoeld wordt. Dit kan gedaan worden met een raamzaag (soort broodsnijmachine) of een cirkelzaag. Daarna kan de oppervlakte nog verder bewerkt worden, bijvoorbeeld: Frijnen: dan slaan ze met een brede bijtel er een bepaalde slag in het oppervlak Prikken: ontstaat er een soort beeld met dicht op elkaar geplaatste fijne puntjes Polijsten: een mooie glans aanbrengen op de stenen. Schuren en zoeten (dat is heel fijn schuren) Frezen: bewerkingen die de zaag niet kunnen, zoals ronde vormen. Vlammen: het oppervlakte ruwer maken. Schuren in werk: bijvoorbeeld nadat een vloer gelegd is nog naschuren.
Natuursteen is een product van de natuur en is op eigen wijze ontstaan, daardoor heeft het zijn eigen uiterlijk en eigenschappen. Het is bij verwerking van natuursteen erg van belang om rekening te houden met de eigenschappen, denk aan: gewicht: het is een zwaar bouwmateriaal (3 keer zwaarder dan water) warmte bestendigheid: natuursteen houd de warmte lang vast uitzetting: een materiaal krimpt en zet uit als het kouder of warmer wordt uitbreekvastheid: de manier waarop je een materiaal moet bevestigen om het lang te laten hangen buigsterkte: denk aan trappen. porositeit en vorstbestendigheid: als er van nature water in de steen voorkomt, dan is deze meestal niet vorstbestendig, stollings gesteenten zijn meestal vorstbestendig. hardheid en slijtvastheid.
|
 |
|